Mechelen: vrijdag, 09 oktober 2026

Bij de Mechelse pompiers

1822 - 2014

Orde & tucht

Daar de tucht of de orde de macht uitmaakt van alle gewapende korpsen, is het van belang dat elke overste welke ook zijn graad mag zijn een strenge gehoorzaamheid vraagt van al zijn manschappen. Het is de bedoeling dat alle bevelen snel, stipt en zonder tegenspraak uitgevoerd worden. Er mogen nooit opmerkingen gemaakt worden. Een lid van het korps, zelfs buiten de diensturen moet in alle omstandigheden ontzag tonen aan zijn oversten, de burgemeester en de stadsoverheden.

De leden van het korps in uniformkleding moeten zich gedragen naar alle voorschriften in gebruik bij het leger. Hieronder vallen de begroeting en eerbewijzen aan het Heilig Sakrament, aan hun oversten, aan het leger, aan de gemeente of provinciale overheden en aan de leden van andere pompierskorpsen.

li
img1
Blussen van een houtopslagplaats
img2
Leden van het muziekkorps in de Kruidtuin
img3
Oefeningen op de Grote Markt aan het stadhuis

Opname in het register

Onafhankelijk de straffen beschreven bij Art.9 van het reglement van het korps, zullen de onderofficieren, korporaals, klaroenen en vrijwillige pompiers de volgende straffen kunnen oplopen:

  • Een berisping zonder verdere vermelding in het register voor nalatigheid aan de tucht. Deze straf wordt uitgesproken door de kapitein-bevelhebber of zijn plaatsvervanger
  • Een geldstraf van 0,25 Bf. tot 9 Bf.

Alle straffen worden op de gepaste wijze toegepast:

Samenstelling van het gewapend korps in 1913

  • Hertsens Alfons, kapitein-bevelhebber
  • Goossens Leo, luitenant
  • Peeters August, luitenant-geneesheer
  • Franckx Jan, onderluitenant
  • Dogaer Jan, onderluitenant
  • Geens Frans, sergeant-majoor
  • Marck Pol, sergeant-schrijver
  • De Coster Jacques, sergeant-foerier
  • Van den Bergh Frans, sergeant
  • Cluytens Joost, sergeant
  • Cuypers Herman, sergeant
  • Crom Louis, sergeant
  • Albrechts Lodewijk, sergeant
  • Van Malderen Jean Baptist, sergeant

Welk materiaal had men toen ter beschikking?

De pompiers hadden één stoompomp en vier handpompen. Er was één haspel voor de stoompomp en vijf haspels voor de handpompen. Men had een twintigtal ladders van diverse lengten. Er was één wagen voor het vervoer van de manschappen. Er was één ladder van 18 m, één rookhelm, zestien bijlen en één wagen voor het vervoer van klein materieel. Het materiaal werd ook nog uitgebreid met een nieuwe reddingsladder (Portaladder). Er werd ook een ziekenkas opgericht voor de pompiers.

In 1904 waren er 14 branden in de stad van diverse aard. Het korps had toen 5 officieren en 54 manschappen. In 1906 waren er 9 branden geweest.

Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell