Mechelen: vrijdag, 09 oktober 2026
Daar de tucht of de orde de macht uitmaakt van alle gewapende korpsen, is het van belang dat elke overste welke ook zijn graad mag zijn een strenge gehoorzaamheid vraagt van al zijn manschappen. Het is de bedoeling dat alle bevelen snel, stipt en zonder tegenspraak uitgevoerd worden. Er mogen nooit opmerkingen gemaakt worden. Een lid van het korps, zelfs buiten de diensturen moet in alle omstandigheden ontzag tonen aan zijn oversten, de burgemeester en de stadsoverheden.
De leden van het korps in uniformkleding moeten zich gedragen naar alle voorschriften in gebruik bij het leger. Hieronder vallen de begroeting en eerbewijzen aan het Heilig Sakrament, aan hun oversten, aan het leger, aan de gemeente of provinciale overheden en aan de leden van andere pompierskorpsen.
Opname in het register
Onafhankelijk de straffen beschreven bij Art.9 van het reglement van het korps, zullen de onderofficieren, korporaals, klaroenen en vrijwillige pompiers de volgende straffen kunnen oplopen:
Alle straffen worden op de gepaste wijze toegepast:
Samenstelling van het gewapend korps in 1913
De pompiers hadden één stoompomp en vier handpompen. Er was één haspel voor de stoompomp en vijf haspels voor de handpompen. Men had een twintigtal ladders van diverse lengten. Er was één wagen voor het vervoer van de manschappen. Er was één ladder van 18 m, één rookhelm, zestien bijlen en één wagen voor het vervoer van klein materieel. Het materiaal werd ook nog uitgebreid met een nieuwe reddingsladder (Portaladder). Er werd ook een ziekenkas opgericht voor de pompiers.
In 1904 waren er 14 branden in de stad van diverse aard. Het korps had toen 5 officieren en 54 manschappen. In 1906 waren er 9 branden geweest.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell