Mechelen: woensdag, 24 juni 2026

Bij de Mechelse pompiers

1822 - 2014

Uitzonderingen

Er is één groot verschil tussen de vijftiger, zestiger, zeventiger jaren en vandaag: het aantal branden. Die waren toen veel talrijker: minstens 300 per jaar en soms nog veel meer. Mechelen is in die periode een meubelcentrum. Volgens De Mechelse Gids zijn er in 1963, 117 meubelfabrikanten en de veiligheid is geen prioriteit. Vernis of houtlijm worden soms op kleine kacheltjes verwarmd en zijn bijzonder brandbaar.

Meubelfabrikant Huygens aan de Battelse steenweg staat in 1956 in brand en maakt hetzelfde mee in 1980. In de Donkerlei moet de brandweer zowel in 1964 als in 1971 de brand in een stoelmakerij blussen. De meeste meubelfabriekjes staan bijna altijd in woonwijken. Een uitzondering is de brand bij Sedia aan de De Regenboog (een klein zijstraatje van Geerdegem-Schonenberg), maar die geïsoleerde ligging geeft natuurlijk geen enkele waarborg dat het daar wat voorzichtiger aan toe gaat. Het maakt het wel gemakkelijk in 1957 voor de brandweer om zonder de gewone problemen de brand te lijf te gaan.

li
dev
Brand in modewinkel Déville in de Bruul
met
De explosie in het bommenkot in 1966
bom
De stalen constructie van het gebouw (Metalurgia) werd door de zware brand compleet verwoest

Grote branden in de stad

In 1961 is het heel wat moeilijker werken in de Onze-Lieve-Vrouwstraat bij beddenfabriek De Vis, een zaak die nu nog altijd bestaat. Ook andere bedrijven staan nog in de omringende woonwijken.

De bloemmolens Nielsen aan de Zoutwerf brandden volledig uit in 1961. Maar meer en meer verhuizen fabrieken en bedrijven naar de speciale bedrijvenparken in Mechelen-Noord en Mechelen-Zuid.

Vooral de grote en nieuwe Amerikaanse bedrijven Proctor & Gamble en Dupont de Nemours zijn bezorgd over de veiligheid en ze leiden personeelsleden op om zelf als bedrijfsbrandweer de eerste maatregelen te nemen. Een brand in het bedrijf Triumph in 1968 wordt een uitzondering.

Wat zijn de oorzaken van deze branden ?

Kwatongen zeggen dat niet alle branden onschuldig zijn en dat brand in de meubelsector al eens een methode is om het dreigende faillissement af te wenden. Drie hoofdredenen komen terug die bijna altijd te herleiden zijn tot menselijke fouten: roofingwerken, sigaretten en slechte elektrische bedrading die tot kortsluiting leidt.

Daarenboven is brandgevaar nog geen obsessie, gaat iedereen nogal losjes om met zwakke veiligheidsvoorschriften en is veel materiaal dat in gebouwen gebruikt wordt nog altijd brandbaar. Voor ons klinkt het raar maar overal mag gerookt worden en zelfs waar dat niet het geval is, wordt geregeld de hand gelicht aan een verbod. In de bioscopen staat een kartonnen negertje met een schaaltje zand waar de bezoeker de sigaret moet in uitdrukken maar dat gebeurt niet altijd.

In 1955 gaat de hele zaal van het Volksbelang in de vlammen op. Nauwelijks een jaar later moet de brandweer met alle mogelijke materiaal uitrukken om de brand te blussen in bioscoop Rio (aan de Bruul) en danszaal Novelty (zelfde adres), al gebeurt de interventie vooral via de nooduitgangen van de zaken aan de Leermarkt. Ook de parochiezaal van de Sint-Pietersparochie (aan de Nekkerspoel) ondergaat hetzelfde lot.

Brand van de Stedelijke Bibliotheek

bib
De ladderwagen werd opgesteld in de Ziekenliedenstraat

Het is zaterdag 9 juni 1962: een mooie dag. Om 16.45u merkt een bediende rook op in de voorraad tijdschriften op de zolder. Een paar minuten later belt bibliothecaris Torfs al de brandweer, die eerst nog een paar politieagenten stuurt om te controleren of het wel menens is. Dan gaat het vlug.

Personeel en lezers maken menselijke kettingen in de richting van de jeugdbibliotheek, van de boekbinderij. Redden wat er te redden valt. Lang duurt het niet want de brand is veel te gevaarlijk. De brandweer stelt zich op in de Moenstraat, de Gebroeders Verhaegenstraat en de smalle Ziekenliedenstraat. Om 17.30u stort het dak in.

De oorzaak?

Torfs spreekt over kortsluiting. Het personeel houdt het bij een sigaret op zolder want er is geen rookverbod in de bib. Goede bronnen binnen de bib hebben me verteld dat men aan het roken was in de reserveafdeling onder de pannen. De brandweer blijft nog lang nablussen en daarbij worden waarschijnlijk meer boeken door water beschadigd dan door het vuur.

De afgebrande bib is een attractie. Op het eerste gezicht is de brand een ramp. De heer Torfs ziet er een opportuniteit in om van de gelegenheid gebruik te maken om een nieuwe moderne bibliotheek uit te bouwen, zodat de stadsbibliotheek van Mechelen een voorbeeld wordt voor Vlaanderen. Twintig maanden na de brand wordt de nieuwe biblitheek geopend in februari 1964.

In 1963 is er nog het gebouw van de Dames de Marie aan de Schuttersvest dat uitbrandt. Natuurlijk zijn er ook zware branden bij privé-personen of winkels. Hier zijn sigaretten, kortsluitingen maar ook slechte verwarmingstoestellen, frietketels of schouwbranden de oorzaak.

Ook kinderen die met lucifers spelen zijn een gevaar. Een krotwoning aan de Lange Heergracht brandt op die manier volledig uit in 1963.

Spectaculair is de brand bij de bekende modewinkel van Willy Develle in de Korte Bruul in 1966. Negen jaar later staat half Mechelen te gapen op de IJzeren Leen waar het Café Mac Donald (hoek van de Schaalstraat) volledig in vlammen op gaat. Daarnaast zijn er natuurlijk nog de kleine keuken- en tuinbrandjes waar de brandweer moet voor uitrukken.

Slachtoffers

Bij de brand van de bib vallen geen slachtoffers maar als een ketel in de fabriek Metallurgia aan de Vaart op 21 oktober 1966, dus vier jaar later de lucht ingaat, zijn er zes doden en twaalf zwaargewonden. De firma Metalurgia noemde men in Mechelen Het bommenkot, omdat er munitie gemaakt werd, het waren enkel de hulzen die geproduceerd werden en geen ontplofbare delen.

Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell