Mechelen: vrijdag, 09 oktober 2026
Begin januari 1885 wordt Eugène de Kerkhove burgemeester van Mechelen. Hij profileert zich als vriend van de arbeiders en hij pleit voor een drastische uitbreiding van het kiesrecht. Dat is omstreeks 1860 nog beperkt tot de rijke en hoogopgeleide burgers, want de gewone arbeider heeft geen stemrecht. Kort voor zijn overlijden op 19 september 1889 wordt hij als Mechels burgemeester opgevolgd door zijn aartsconservatieve partijgenoot François Broers. Die blokkeert jarenlang de democratisering van het pompierskorps en zal later een grondige reorganisatie doorvoeren.
Belle Epoque
Naar het einde van de 19e eeuw toe ging men, door het groeiende nationalisme en militarisme, en naar analogie met de gewapende Burgerwacht denken aan een gewapend pompierskorps. De wetgever bepaalde zelfs dat, op vordering van de gemeenteraad, de pompiers aan de Burgerwacht konden worden toegevoegd. In dat geval stonden zij onder het bevel van de commandant van de Burgerwacht.
Zoals bekend bracht het ten top gedreven nationalisme van de Belle Epoque ook een extreem militarisme met zich, hieruit vloeide de Eerste Wereldoorlog uit.
Als Brussel vanaf 1800 beschikte over een korps van politieagenten-brandweerlieden waarvan een gedeelte in een kazerne ondergebracht was, dan was dat onder de rechtstreekse invloed van de stad Parijs die zijn brandweer op militaire voet inirichtte.
Zo had men in België, tot aan de ontbinding van de Burgerwacht in 1914 twee soorten brandweerkorpsen.
Enerzijds was er de vrijwillige brandweer binnen de Burgerwacht (compagnie/peloton de sapeurs-pompiers volontaires) en anderzijds de gewapende gemeentelijke brandweerkorpsen (corps de sapeurs-pompiers communaux armés).
De korpsen van het tweede type werden georganiseerd volgens Art.128 van de gemeentewet van 30 maart 1836.
Deze wet heeft de tendens bekrachtigd door officieel aan de gemeenten toe te staan dat ze mochten kiezen voor een gewapende of ongewapende brandweer.
De gewapende brandweer maakte het mogelijk de financiële problemen te boven te komen, die eigen zijn aan de oprichting van een brandweerkorps, want hij werd rechtstreeks gesubsidieerd door het Koninkrijk, het geen verklaart dat de gewapende brandweerlieden in de regel beter uitgerust waren dan hun collega's die niet gewapend waren.
In feite waren de gewapende brandweerlieden verplicht tot aanvullende taken, zoals het handhaven van de openbare orde. Brussel, Antwerpen, Luik, Gent, Oostende en ook Mechelen zullen dit systeem kiezen, door de Wet van 31 december 1963 werd dit systeem officieel afgeschaft.
Werklieden werden nog niet toeglaten in het gewapend korps en de werving geschiedde onder de meesters, voornamelijk uit de bouwnijverheid. Zij kregen in ruil bij voorkeur het stadswerk toevertrouwd, want het korps bestond uit vrijwilligers en de brandweermannen werden niet betaald. In 1895 werd de wacht ondergebracht in de Hallestraat. Vanaf 1919 werden er arbeiders aangeworven.
In het begin oefende het korps nog met de wapens van de Burgerwacht die ze ter beschikking stelde. In de loop van de maand september 1896 zijn er door het ministerie van Binnenlandse Zaken 96 geweren en een onbepaald aantal sabels geleverd vanuit het Centraal Arsenaal der Vesting in Antwerpen voor het brandweerkorps. In 1911 werden deze geweren ingeleverd en vervangen door nieuwe. In dat zelfde jaar werd de beslissing genomen om een eerste stoombrandspuit aan te kopen.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell