Mechelen: woensdag, 24 juni 2026
Augustus 1830, de Unionistisch gezinde burgerij meldt de opstand tegen het nogal absolustisch regime van Willem II. Ze verjaagt het garnizoen uit Brussel en andere steden. Dat heeft gevolgen want er ontstaat een gezagscrisis. Nu het leger en de Maréchaussée verdwenen zijn wordt er anarchie geschapen. In heel wat steden verliepen de septemberdagen van 1830 zeer woelig. Arbeiders vernielden machines en staken fabrieken in brand. In Mechelen bleef het rustig. Toch richtte de gemeenteraad uit voorzorg een Burgerwacht op omdat het jonge België nog niet over een georganiseerd leger beschikte. Die bestond uit gewapende korpsen die in de wijken ingezet werden.
De Burgerwacht, in het Frans Garde civique, was een Belgische militie die bestond van 1830 tot 1920.
De bourgeoisie besluit bij ontstentenis een officiële gewapende wacht
op te richten. De Burgerlijke wacht was bijgevolg geboren. De eerste opstandige beweging ontstond te Brussel in de nacht van 24 op 25 augustus 1830. Artikel 123 van de Belgische grondwet legde de inrichting van de burgerwacht vast.
Op 28 augustus wordt aan c.a 300 inwoners van Mechelen uit naam van de burgemeester en schepenen een bericht gestuurd om nog dezelfde dag om 15 u naar het stadhuis te willen komen voor het beraadslagen over de inrichting van een burgerwacht, die zou in elk van de vijf wijken in de stad optreden.
Samen met het Nederlandse garnizoen stond de Burgerwacht in voor de ordehandhaving. Bij een revolutie is het cruciaal wie de ordehandhaving en de politiemacht in handen heeft of krijgt.
Op 6 sptember wordt er overgegaan tot de verkiezing van de officieren, tegelijk wordt er ook een reglement opgesteld. De meest bekende onder hen was Jean Joseph Vermeylen-Neeffs.
Die was in de jaren 1826-1830 in de gemeenteraad zowat de oppositieleider tegen Oranje geweest, al was zijn kritiek op de koning heel wat milder dan bij de opposanten in de meeste andere Belgische steden.
Vermeylen-Neeffs werd begin september 1830 kapitein-commandant van de Burgerwacht en enkele weken later de eerste Belgische burgemeester van de stad Mechelen.
Neeffs was een notabele Mechels-Antwerpse familie. Corneille Vincent Joseph Ghislain Neeffs (Mechelen, 5 april 1808 - 3 augustus 1879) was de eerste van deze familie die in de Belgische adel werd opgenomen.
De revolutionairen vonden de Burgerwacht zo belangrijk dat ze die in de grondwet van 1831 inschreven. Tot het begin van de twintigste eeuw waren hoge posities belangrijke erefuncties. De Burgerwacht strooide weelderig met imposante militaire eer en medailes.
De Burgerwacht was door de wet van 31 december 1830 opgericht om in vredestijd de handhaving en gehoorzaamheid aan de wetten te bewerkstelligen, het herstel der orde en publieke vrede te verzekeren en 's lands onafhankelijkheid en onschendbaarheid te bewaren. In oorlogstijd was de opdracht hulp bieden aan het leger.
Hieroe werd de mannelijke bevolking van 21 tot en met 50 jaar oud die door (loting) van militaire dienst was vrijgesteld, in drie secties (des bans) ingedeeld. De eerste sectie bestond uit ongehuwden en weduwnaars zonder kinderen van 21 tot 35 jaar, de tweede sectie bestond uit mannen van dezelfde groepen van 36 tot 50 jaar en de derde sectie was samengesteld uit alle gehuwden en weduwnaars met kinderen.
In oorlogstijd werd de eerste sectie opgeroepen voor de verdediging van het grondgebied. De tweede sectie moest de militaire operaties bijstaan (verediging van de forten). De derde sectie bleef ter plaatse.
De organisatie van de Burgerwacht werd door de wet van 8 mei 1848 hervormd. De samenstelling bleef echter ongeveer hetzelfde: alle Belgische mannen tussen 21 en 50 jaar die geen legerdienst vervulden, waren dienstplichtig voor de Burgerwacht en moesten zich bij hun gemeentebestuur inschrijven.
Er bestonden twee verschillende lijsten: de ene voor de wachten die zelf hun uniform konden bekostigen, de ander was een reservelijst. De eerste liijst werd de actieve Burgerwacht. De nieuwe wet voorzag ook twaalf verplichte oefeningen per jaar die op zondag doorgingen en maximaal twee uren mochten duren. Deze wachten kregen dan ook snel de spotnaam (zondagssoldaten) mee.
De niet-actieve wacht moest alleen patrouilleren als de lokale autoriteit het nodig achtte en bestond eigenlijk alleen op papier al had ze wel een officierenkorps.
De organisatie van de Burgerwacht werd bij de wet van 13 juli 1853 versoepeld. Het aantal oefeningen werd daarbij gereduceerd tot acht en in gemeenten met minder dan 10.000 inwoners werd de Burgerwacht inactief en bestond ze enkel nog op papier. In Mechelen was de Burgerwacht pas begin 1850, na een heel traag vormingsproces, volledig ingericht.
In een overzicht van de (Garde Civique de Malines) op 1 maart 1851 zien we dat de stad Mechelen dan beschikt over vier bataljons, elk bestaande uit vier compagnies. Het aantal manschappen bedroeg 624, samengesteld uit 37 officieren, 121 onderofficieren en 466 gardes.
De leiding van de Burgerwacht was steeds uitgesproken Franstalig geweest, vooral omdat de officieren hoofdzakelijk uit de bourgeoisie afkomstig waren. Naar analogie met het leger werden bij de Burgerwacht dezelfde eenheden ingericht: jagerverkenners, chasseurs-éclaireurs, werden door de bevolking de (chaskes genoemd), de artileristen waren de (jozefieten), de infanteristen, de grote meerderheid werden gewoon de (jefkes) genoemd.
Was een afdeling van de Burgerwacht omdat men voor het blussen van branden beroep moest doen op die mensen waarover men beschikte. Naast de afdeling van de Burgerwacht bestond in de steden ook de stedelijke brandweer, zeer waarschijnlijk waren hierbij meestal dezelfde personen betrokken.
In sommige steden had de Burgerwacht ook een eigen muziekkorps om de oefeningen van de wachten te ondersteunen. Op sommige plaatsen ontstond hieruit de harmonie van de brandweer.
Uit een telling op datum van 31 december 1851 blijkt dat het korps van Mechelen in totaal over 672 wapens beschikte. In 1853 werd het legioen vervolgens teruggebracht tot 2 bataljons met 8 compagnies.
Samenstelling
In totaal waren er midden 1831 in Mechelen ongeveer 2.800 mannen dienstplichtig als burgerwachten, ingedeeld in drie compagnies. Alleen de eerste compagnie kon in geval van oorlog worden ingezet.
Vooral politici waren in de weer om voor
zichzelf ronkende titels te vergaren. Burgemeester Florimont Denis (1823-1899) was kolonel. Schepen en voorzitter van de Antwerpse provincieraad.
Hyacinthe Verhaeghen (1788-1859) was majoor, Schepen en provincieraadslid Egide Keitelaars (1802-1874) was luitenant-kolonel. Schepen Jules Nobels (1869-1944) was kapitein en secretaris. Echter door de minimale militaire ervaring en het legendarische gebrek aan discipline verloor de burgerwacht zijn positieve imago.
Florimond Henri Antoine Denis (Mechelen, geboren op 29 augustus 1823 en overleden aldaar op 30 januari 1899), was een Belgisch advocaat en politicus voor de Liberale Partij. Tevens was hij bevelhebber van de Burgerwacht en rechter van de stad Mechelen sinds 1884, zijn paradedegen bleef bewaard in de stadscollectie.
Hij werd burgemeester van Mechelen na de gemeenteraadsverkiezingen van 1895, de eerste volgens het algemeen meervoudig stemrecht. Nadat deze verkiezingsuitslagen waren vernietigd na een klacht van de Katholieke Partij won hij ook de verkiezingen van 1896.
Hij volgde in deze functie François Broers op. Denis bleef burgemeester tot aan zijn overlijden in januari 1899 en maakte aldus de verkiezingsnederlaag van oktober 1899 niet meer mee. hij werd opgevolgd door Edouard De Cocq.
Terwijl het bij de wetgever oorspronkelijk de bedoeling was om van de Burgerwacht een hulpleger te maken, is de geest steeds vrijwel weinig militaristisch gebleven. Men had eerder te doen met een bende kwajongens dan met echte soldaten. Nog voor het eerste treffen met de vijand in 1914 werd het korps ontbonden omdat het geen militaire waarde had, maar vooral omdat de conventie van Genève elke vorm van privémilitie verbood. Bij KB van 14 juni 1928 werden alle oud-burgerwachten van het rijk in staat van niet-actieve wachten geplaatst. Dat betekende definitief het einde van de garde-civique. De Burgerwacht was echter een grondwettelijke instelling die alleen door een grondwetswijziging afgeschaft kon worden. Pas op 19 juli 1984 werd de grondwet in de senaat gewijzigd.
Bij de betoging voor enkelvoudig algemeen stemrecht in Leuven in 1902 werden door de burgerwacht zes betogers doodgeschoten. De regering besefte dat zij de ordehandhaving niet meer aan een slecht opgeleid vrijwilligerskorps kon toevertrouwen. In 1920 werden de burgerwachten door de regering op non-actief gezet.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell