Mechelen: vrijdag, 09 oktober 2026

Bij de Mechelse pompiers

1822 - 2014

Brandweerkorps van 't Arsenaal

In de 19e eeuw werd Mechelen het centrum van het Belgische spoorwegennet. De Belgische Staatsspoorwegen vestigden er vanaf 1835 hun centrale werkplaats, waar het onderhoud van de treinen gebeurde.

Deze werkplaats heette al snel het Arsenaal. De verklaring voor deze benaming ligt aan het feit dat een eerste voorlopig spoorwegatelier werd ondergebracht in het oude dominicanenklooster in de Goswin de Stassartstraat nabij de Edgard Tinellaan, dat sedert de Franse Revolutie omgevormd was tot infanteriekazerne en wapenarsenaal.

In 1839 richtte toenmalig Minister van Binnenlandse Zaken Nothomb een pompierskorps van 41 man op in het Arsenaal te Mechelen (NMBS Centrale Werkplaats van de spoorwegen). Dit korps mocht ook in de stad optreden. Bij iedere grote brand die in de stad Mechelen uitbrak werd steeds een beroep gedaan op de pompiers van het Arsenaal, zelf nog tot vóór de Eerste Wereldoorlog.

De brandweermannen werden vooral gekozen tussen bewoners in de omgeving van Hanswijk de Bercht. Bij brand of een ramp werden ze ’s nachts door de nachtwaker opgeroepen. Tijdens de dag kwam een portier hen verwittigen.

li

Eerste reorganisatie

De ondervinding van verschillende branden in de periode vóór 1858 heeft bewezen dat de aangebrachte verbeteringen aan het materieel nog niet voldoende waren en dat er een definitieve regeling moest worden genomen.

Het gemeentebestuur voerde een eerste reorganisatie van het brandweerkorps door en een nieuw reglement werd gestemd. Het college was gelast met de uitvoering ervan.

Pas in 1859 publiceerde de stad Mechelen een nieuw reglement waarin naast de verplichte brandweerlieden bestaande uit stadsambtenaren, stadswerklieden en ambachtslui die geregeld voor de stad werkten, ook vaste vrijwilligers vermeld worden.

Het nieuwe pompierskorps is voortaan gereorganiseerd en beter geëquipeerd, het bezit goed materieel en oefent regelmatig. Maatregelen werden genomen om zoveel mogelijk in geval van een ramp, doelmatig te kunnen optreden wat een vereiste is.

Aan de hand van Art.30van het Brandweerreglement werd J.B Goossens aangesteld als bevelhebber van het vrijwillige korps.


Reglement

evrijwilDe hulpmiddelen in geval van brand, gezien het Art.78 der gemeentewet van 30 maart 1836, stelt het reglement op met volgende inhoud:

Art.1 De dienst der brandspuiten van de stad is toevertrouwd aan een korps van pompiers samengesteld uit:

  • beambten die voor de gemeentedienst werken
  • meesters die gewoonlijk voor de stad werken
  • stadswerklieden
  • vrijwilligers

Art.2 Het college van burgemeester en schepenen wijst de beambten en werklieden aan die deel uitmaken van het korps.

Art.3 De meesters die gewoonlijk voor de stad werken zijn verplicht om het korps te dienen. Diegene die wegens ouderdom of ziekte niet meer bekwaam is om ziijn diensten te bewijzen moet zich door een familielid laten vervangen.

Art.4 De aanstelling van de vrijwilligers wordt door het schepencollege gedaan.

Art.5 Al de leden van het korps nemen schriftelijk de verplichting aan zich naar de voorschriften van het reglement te gedragen.

bt

Branden

Na de eerste reorganisatie van het pompierskorps in 1859 heeft het korps reeds 4 branden bestreden. In 1860 zijn er eveneens 4 branden in de stad waaronder een ontploffing in een gasfabriek. De daarop volgende jaren tot 1873 zijn er gemiddeld 3 branden per jaar.

Vanaf 1875 tot 1879 zijn dat er 5. In 1880 zijn er 9 branden geweest en heeft men een nieuwe voedingspomp aangekocht. In 1883 heeft de gemeenteraad een speciaal krediet toegestaan voor het aankopen van een uitschuifbare ladder van 14 m.

Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell