Mechelen: vrijdag, 09 oktober 2026
In de jaren '60 en '70 was verkeersveiligheid nog geen prioriteit. Net als in andere Vlaamse steden moest het historische stadscentrum van Mechelen zich abrupt aanpassen aan de opkomende massamobiliteit, wat leidde tot drukke en onoverzichtelijke verkeerssituaties op plekken zoals de Grote Markt en omliggende invalswegen zoals de Putse en Leuvensesteenweg waar regelmatig zware ongevallen gebeurden.
De verkeersdrukte vandaag is niet meer te vergelijken met die van de jaren '70. Toen regelde de politie het verkeer met name op drukke punten zoals de hoek met de Korte Bruul vanop de Grote Markt in Mechelen.
Agenten stonden op een vast verhoogd platform of in een kenmerkende verkeerston om het autoverkeer tussen de winkelstraten en het plein te begeleiden, vandaag kan men zich dat niet meer inbeelden.
Korte Bruul
Dit was een cruciaal punt waar agenten zoals de gekende lokale figuur Jacky Somers het druke verkeer komende van de Bruul in goede banen moesten leiden.
De dienstdoende agenten beschikten over een nabijgelegen lokaal en konden van daaruit ook de verkeerslichten aan de nabijgelegen Botermarkt bedienen. In de Bruul was er verkeer in beide richtingen toegelaten, zelfs stadsbussen mochten erdoor, dit was ook het geval in de Katelijnestraat.
Op de grote invalswegen zoals Antwerpse, Putse en Leuvensesteenweg gebeurden regelmatig zware ongevallen. Dit was vooral te wijten aan onaangepaste snelheid. Deze wegen waren toen nog drievaksbanen waar men zelfs kon inhalen, met alle gevolgen vandien.
Nog een gevaarlijk punt was de Dijleweg, de verbinding tussen Muizen en Rijmenam. Op deze rijbaan gebeurde ook heel wat accidenten, het zwaarste eiste vier dodelijke slachtoffers toen een wagen frontaal op een paal knalde en vuur vatte. Alle inzittenden van het voertuig werden verkoold.
De pompiers moesten bijna dagelijks uitrukken om slachtoffers van verkeersongevallen te bevrijden en brokstukken op te ruimen.
Slachtoffers van verkeersongevallen of personen die om één of andere reden thuis of op de openbare waren overleden, moesten overgebracht worden naar het stedelijk mortuarium.
Einde jaren zestig begin jaren zeventig beleven de mannen van de 900 de ene na de andere verschrikking. De auto wordt de koning van het vervoer en controle en aangepaste wegen staan nog in de kinderschoenen. De brandweer komt daarenboven niet alleen ter plaatse in de stad zelf maar ook in de randgemeenten.
Alleen al in de stad vallen er jaarlijks gemiddeld vijftien doden en worden tientallen mensen zwaar gewond van wie er korte tijd later overlijden. Het is zwaar werk om (dodelijke) gekwetste slachtoffers uit soms hallucinante ongevallen te bevrijden.
De 900 komt ook ter plaatse bij ongevallen die zuiver zelfmoord zijn of treinsuïcides. Er is bij sommige ex-collega's een grens aan de gruwelijke verwondingen die ze zien. Brandweermannen worden dikwijls na een paar jaar bij de 900 vervangen en gaan terug naar de brandploeg.
Verandering
Einde van de jaren tachtig verandert het werk bij de brandweer geleidelijk. De slachtpartijen op de weg verminderen omdat de verkeersdrukte die racerij verhindert terwijl de heraanleg van wegen zoals R6, de zwarte punten wegwerkt. De hospitalen beginnen ook zelf het ziekenvervoer te organiseren.
De commandanten Hendrickx en Cassimon zetten veel meer in op preventie, controle en advies vooraf.
De brandweer had in de jaren zestig en zeventig nog geen adequaat materiaal om slachtoffers van verkeersongevallen te bevrijden. Ze moesten zich behelpen met de middelen die ze toen hadden.
Van hydraulisch bevrijdingsmateriaal was er nog geen sprake, dat kwam er pas in de jaren tachtig en negentig. De pompiers kregen ook betere opleidingen, in de brandweerscholen werd de nadruk gelegd op nieuwe technieken om voertuigen te ontmantelen en het slachtoffer op een zo veilig mogelijke manier te ontzetten zonder bijkomende letsels.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell