Mechelen: vrijdag, 09 oktober 2026
Op 10 augustus 1938 werd het voorstel goedgekeurd door Burgemeester-Voorzitter Ridder Dessain en secretaris Louis Ryckeboer. Het korps bestond toen nog hoofdzakelijk uit vrijwilligers, er waren slechts enkele personen in vast dienstverband. Er werden dat jaar 12 branden bestreden en er zijn 19 oefeningen geweest voor de manschappen.
23 januari 1938
De eerste vergadering van het jaar ging voor de eerste maal door in de burelen van de brandwacht op het Berthoudersplein. Dit zou voortaan de nieuwe vaste stek worden van het korps.
Met het oog op de aankoop van nieuwe kledij voor de manschappen was de heer Lenaerts (lederwaren in de Bruul), persoonlijk aanwezig. Er werd een voorstel gedaan voor het plaatsen van een bestelling van lederen laarzen van Engels fabrikaat voor de prijs van 105,50 frank.
Het betreffende model werd ook in het korps van Brussel gedragen.
Nieuwe leden
Tijdens een vergadering op 17 juli 1938 wordt er een oproep gedaan om lid te worden van het pompierskorps. De voorzitter zegt dat er in het schepencollege besloten is om geen vrijwilligers meer aan te nemen en het korps aan te vullen met stadswerklieden.
Vergadering van 14 juli 1938
Het eerste punt op de agenda dat wordt besproken is het aanstellen van een nieuwe bevelhebber. Na het overlijden van Jacques De Coster is er geen kapitein meer in dienst, maar ook voor andere functies moesten er nieuwe mensen worden aangesteld. De verschillende kandidaten waren:
Vergadering van 30 september 1938
De heer Emiel de Coster wordt benoemd tot inspecteur van de Gewestelijke Groep Mechelen. Leopold Noëz wordt aangesteld als d.d. bevelhebber.
Korporaal Van der Pluym doet opmerken dat er grote ontevredenheid is onder de manschappen over de kledij, de meeste onder hen moesten afgedragen vesten dragen van vroegere collega's. Dit kon zo niet langer.
Vergadering van 14 november 1938
Op deze vergadering wordt er aan de voorzitter gevraagd of men nog vrijwilligers mag aannemen, waarop voorzitter Van de Plas antwoord dat het in principe nog atijd een vrijwilligerskorps is en men het maar aangevuld heeft met stadswerklieden omdat men door de hogere overheid daartoe gedwongen werd.
Vergadering van 28 november 1938
De voorzitter vraagt aan d.d. onderluitenant Emiel De Coster om alle plannen van fabrieken die in het bezit waren van wijlen zijn vader Jacques De Coster terug aan de stad te geven. Emiel De Coster beweerde hiervan niet op de hoogte te zijn.
Er wordt door de d.d.bevelhebber gevraagd om de stadswerklieden-pompiers op dezelfde voet te beschouwen als de andere brandweermannen omdat dit onenigheid brengt in het korps.
Drie nieuwe personen worden aangenomen als lid van het korps, dit waren de heren: Van Camp, Roggemans en Meylemans.
Op 10 augustus 1938 werd het voorstel goedgekeurd door Burgemeester-Voorzitter Ridder Dessain en secretaris Louis Ryckeboer. Het korps bestond toen nog hoofdzakelijk uit vrijwilligers, er waren slechts enkele personen in vast dienstverband.
Op 1 september 1938 bestond het brandweerkorps ut 41 leden. Na het overlijden van bevelhebber Jacques De Coster was er geen kapitein meer in dienst. Er bleven dus 1 luitenant-geneesheer, 1 luitenant, 1 sergeant-majoor, 1 sergeant-fourier, 3 sergeanten, 4 korporaals en 28 brandweermannen over. Eén persoon muteerde naar de politie. De pompiers moesten in totaal dat jaar 14 grote branden bestrijden.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell